Stichting Saha

Interview met Mohamadou Tandia

Uit PURPER = Personeelsblad van Pro Persona (2013 no 24)

Meer dan een collega

Door Hanneke Sizoo

Mohamadou Tandia werkt als verpleegkundige op de gesloten afdeling van De Langenberg in Nijmegen, sinds een jaar is hij senior begeleider. Mohamadou komt uit Mauretanië, een land aan de westkust van Afrika. Na zijn middelbare school vertrok hij naar Marokko om daar twee jaar biologie te studeren. Hij nam in die tijd actief deel aan de studentenbeweging en kon daardoor niet meer terug naar Mauretanië. Met een omweg belandde hij uiteindelijk in Nederland. Dat was in 1994. Mohamadou startte vrijwel meteen met een intensieve taalcursus en hoopte in Nederland medicijnen te studeren, een lang gekoesterde droom. Dat feest ging niet door. Zijn beheersing van zowel de Nederlandse als de Engelse taal was niet sterk genoeg ontwikkeld, in zijn moederland sprak hij immers altijd Frans, Mauretaans en ook Soninke. HBO-V bleek als opleiding een goed alternatief en zette hem op het spoor van de psychiatrie. 

Boeken
Toen ik net in Nederland woonde las ik ‘Segou’, van Maryse Conde. Het boek was toen een hit, iedereen las het. Het verhaal speelt zich af in Mali, het buurland van Mauretanië.
Als Nederlanders vroegen waar ik vandaan kwam verwees ik hen naar dat boek en konden ze mijn achtergrond beter plaatsen. Een ander favoriet boek is ‘Mandela, over leven, liefde en leiderschap’, van Richard Stengel. Dat Mandela in zo’n vreselijke situatie zo liefdevol kon handelen, maakte heel veel indruk op mij. Het derde boek is ‘Dans van de Luipaard’, van Lieve Joris. Dit boek speelt zich af in Congo en beschrijft de valsheid van de wereld, maar ook hoe mensen zich staande houden in het leven. Voor mij horen deze drie boeken bij elkaar. Ze geven mij een gevoel van hoop.’

De reis
Als professionals geen antwoord hebben op een vraag, ga dan naar mensen die gereisd hebben.’ Het is een wijsheid die klopt. Mijn reizen hebben me wijzer gemaakt, maar ik neem niet alles mee wat ik onderweg geleerd heb. Vrije meningsuiting houd ik vast als een belangrijke waarde, het is van groot belang. Maar een mening hebben over alles, hoeft niet altijd. Openheid is prima, zo ook tolerantie. Toen ik naar Nederland reisde hoorde ik dat Nederland een vanzelfsprekend tolerant land zou zijn. Maar uit ervaring weet ik nu dat dat niet zo is. Ik ken bijvoorbeeld genoeg jong volwassen homoseksuelen en migranten die het anders beleven, die niet de vrijheid voelen om te zijn wie ze zijn.’

Teleurstelling
Ik praat veel met Afrikanen die teleurgesteld zijn in Europa. Zelf ben ik meer teleurgesteld in de leiders en politici van Afrika. Wanneer gaat Afrika zich afvragen waarom het niet lukt succesvol te zijn? Er komt een moment dat zij zichzelf moeten helpen en dat zij de verandering niet van de ex-kolonialisten moeten verwachten. Er is daar olie, er is goud, genoeg kansen. Maar als de Afrikanen hun verantwoordelijkheid niet nemen, gebeurt er niets.’

Familie
Mohamadou komt uit een groot gezin. In Nederland heeft hij zijn eigen gezin: hij trouwde met een Mauretaanse vrouw en kreeg drie kinderen. ‘Ik wil weer terug naar mijn geboorteland. Er is altijd een gemis. Naar de cultuur, naar familie, naar de zon. Ik heb dat gevoel van heimwee nooit willen verlaten, het was mijn houvast. Bijzonder is dat je door de geboorte van kinderen ervaart dat je door iedere fase van je leven een ander beeld krijgt van Nederland. Ineens ben ik een geïntegreerde Afrikaanse man met Nederlandse kinderen en word ik geconfronteerd met Sinterklaas, Carnaval en een kerstboom.’

Leermeester
Mijn levensschool volgde ik bij mijn moeder. Zij is streng, lief, helder en consequent. Ze zei altijd: ‘Van een kind moet je houden, maar je hoeft het niet altijd te laten zien.’ Daar ben ik het wel mee eens. Volgens mijn moeder zal ik niet zo zeer nieuwe dingen leren in mijn leven, maar zal ik wel de dingen ontwikkelen die ik van thuis heb meegekregen, bijvoorbeeld de belangrijke waarden als acceptatie en respect. De band met mijn moeder is sterk. We hebben regelmatig contact, vaak door middel van skype. Mijn moeder is analfabeet, maar hechtte veel belang en nut aan een opleiding voor haar kinderen. Dat heeft zij voor ons allemaal goed gewaarborgd.’

Succes
Ik ben trots op het vertrouwen dat patiënten in mij hebben. Ik kan behoorlijk confronterend zijn en accepteer geen slachtoffergedrag. Maar er zijn nooit klachten over bejegening, dat vind ik fijn. Ik voel dat er vertrouwen is, ook van collega’s en leidinggevenden. Het werken met verschillende disciplines en collega’s gaat prima, het lukt me goed al die verschillende mensen te accepteren.’

Falen
Dat het niet gelukt is geneeskunde te studeren, vind ik jammer maar niet erg. Ik ben blij met mijn rol als verpleegkundig begeleider, dit is ook een goed gerespecteerd vak. Wat mijn huidige werk betreft: Een gevoel van falen was heel sterk toen ik zo’n zes jaar geleden een suïcide op mijn afdeling meemaakte, van een patiënt bij wie ik nauw betrokken was. Dat mee te maken gun ik niemand.’

Toekomst
Ik weet nu: ontwikkelingssamenwerking bedrijf je niet op macro-niveau. Dan wordt het onzichtbaar. Het gaat om concrete dingen. Dat probeer ik vorm te geven in mijn leven.
Je hoeft niet per se politiek actief te zijn om dingen te kunnen veranderen, het kan ook op een andere manier. Ik werk vrijwillig voor Music Meeting in Nijmegen, op de school van mijn kinderen, voor de MR, voor Colourful City. In de periode Fortuyn was ik actief in de ‘wij-zij-groep’ die de andere kant van de media wilde laten zien. Door al die activiteiten heb ik ervaren dat het hebben van een netwerk je rijk maakt. Die kennis wil ik delen, ook met Afrika. Tot nu toe ging ik iedere twee jaar terug naar Mauretanië. Met mijn wens om structureel en duurzaam iets voor mijn land te betekenen heb ik stichting Saha opgericht. Saha biedt zorg aan moeders en kinderen.
Een van de acties die we gedaan hebben is het opzetten van een gezondheids-verzekering. Zowel Saha als een groep van 36 vrouwen hebben geld gedoneerd, waardoor zij in het geval van zwangerschap, ziekte of nodige medicijnen, een beroep kunnen doen op ons verzekeringsfonds.
In de zomer van 2013 krijg ik een langere periode ouderschapsverlof en ga ik met mijn gezin naar Mauretanië, onder andere om een definitieve terugkeer voor te bereiden. Of dat moeilijk is voor mijn gezin? Het zijn vooral de Nederlanders om ons heen die dat moeilijk vinden. Mijn kinderen krijgen er hun familie voor terug. Zij zijn straks weer Afrikaanse kinderen, terug in hun thuisland.
We gaan terug naar mijn geboortestreek, naar de stad Kaedi, dat ligt op de grens met Senegal. Ik hoop mijn ervaring in de psychiatrie te kunnen gebruiken. Wie weet begeleid ik daar over een aantal jaren stagiaires van de HAN, of tour ik met Nederlandse toeristen door de woestijn. Dan kan ik gelijk vertellen over de mooie projecten die we daar doen.’